In- en exclusiecriteria
Inclusie- en Exclusiecriteria
1. Inleiding
Dit beleidsdocument beschrijft de inclusie- en exclusiecriteria voor het aannemen en
voortzetten van zorg bij Welza Zorgt Thuis. Het doel van deze criteria is om:
• de veiligheid van cliënten en medewerkers te waarborgen;
• te zorgen voor professionele, verantwoorde en kwalitatieve zorg;
• duidelijkheid te geven over wanneer zorg kan worden geleverd en wanneer dit niet
verantwoord is;
• verwachtingen van cliënten, mantelzorgers en verwijzers te structureren en gelijk te
trekken.
Dit beleid is van toepassing op alle medewerkers van Welza Zorgt Thuis en wordt minstens
jaarlijks geëvalueerd.
2. Uitgangspunten
Welza Zorgt Thuis hanteert de volgende uitgangspunten:
• Zorg wordt geleverd volgens wet- en regelgeving (Zvw, Wmo, WLZ) en professionele
standaarden.
• De zorg is altijd gericht op bevorderen van zelfredzaamheid, kwaliteit van leven en
passende ondersteuning.
• De cliënt en/of diens vertegenwoordiger wordt gezien als partner in het zorgproces.
• Veiligheid, respect en wederkerigheid vormen de basis van de samenwerking.
3. Inclusiecriteria
(Wanneer een cliënt in zorg kan worden genomen)
Een cliënt komt in aanmerking voor zorg van Welza Zorgt Thuis wanneer aan één of meerdere van
onderstaande criteria wordt voldaan:
3.1 Geldige indicatie
• Er is een geldige indicatie aanwezig van de wijkverpleegkundige (Zvw), Wmo-consulent
of het CIZ (WLZ).
• De gevraagde zorg valt binnen het kader van de verstrekte indicatie.
3.2 Zorgbehoefte passend bij het aanbod
De cliënt heeft ondersteuning nodig bij één of meer van de volgende zorgvormen:
• Persoonlijke verzorging (ADL).
• Verpleegtechnische handelingen, passend binnen de deskundigheid van de organisatie.
• Begeleiding bij dagelijkse activiteiten.
• Observatie, monitoring en advies in het kader van gezondheidsbevordering.
3.3 Veilige en verantwoorde zorgverlening thuis
• De woonsituatie is voldoende hygiënisch, stabiel en toegankelijk.
• Medewerkers kunnen veilig binnenkomen en zorg uitvoeren.
• Er zijn geen omstandigheden die de kwaliteit of veiligheid van de zorg in gevaar brengen.
3.4 Bereidheid tot samenwerking
• De cliënt (of vertegenwoordiger) werkt actief mee aan intake, zorgplanbesprekingen en
evaluaties.
• De cliënt is bereid noodzakelijke informatie te delen.
• Er is wederzijds respect en vertrouwen.
3.5 Geen behoefte aan 24-uurs toezicht
• De zorgvraag past binnen reguliere thuiszorg; permanente aanwezigheid van
zorgverleners is niet vereist.
4. Exclusiecriteria
(Wanneer een cliënt niet in zorg kan worden genomen of wanneer zorg beëindigd moet
worden)
Welza Zorgt Thuis kan zorg weigeren of beëindigen wanneer sprake is van één of meerdere van
onderstaande situaties:
4.1 Onveilige situatie voor medewerkers
• Agressie, bedreiging, intimidatie of herhaald grensoverschrijdend gedrag.
• Aanwezigheid van wapens, drugsactiviteiten of anderszins gevaarlijke omstandigheden.
• Onvoldoende bereidheid om veiligheid te waarborgen.
4.2 Onhygiënische of risicovolle leefomgeving
• Ernstige vervuiling, stankoverlast of risico op infectie.
• Zodanige omstandigheden dat zorg niet veilig of verantwoord kan worden uitgevoerd.
4.3 Onvoldoende medewerking van cliënt
• Structureel weigeren van noodzakelijke zorg.
• Niet naleven van zorgafspraken of herhaald wegblijven bij geplande momenten.
• Onvoldoende communicatie of weigering om relevante informatie te delen.
4.4 Zorgvraag buiten het deskundigheidsgebied
• Complexe, specialistische of hoogrisico-zorg waarvoor de organisatie geen bevoegd
personeel heeft.
• Zorg die niet onder de indicatie valt of niet binnen de wet- en regelgeving geleverd mag
worden.
4.5 Behoefte aan intensieve of continue zorg
• Indien 24-uurs toezicht of permanente aanwezigheid noodzakelijk is, verwijst de
organisatie naar WLZ-instelling, hospice of andere passende voorziening.
5. Werkwijze bij twijfelgevallen
Wanneer onduidelijk is of een cliënt in aanmerking komt voor zorg, wordt de volgende werkwijze
gehanteerd:
1. Multidisciplinair overleg binnen de organisatie.
2. Indien nodig: huisbezoek voor beoordeling van de situatie.
3. Afstemming met verwijzer, huisarts of wijkverpleegkundige.
4. Besluitvorming door de teamleider of kwaliteitsverantwoordelijke.
5. Schriftelijke terugkoppeling aan de cliënt.
6. Communicatie en documentatie
• Alle besluiten rond acceptatie, weigering of beëindiging van zorg worden schriftelijk
vastgelegd.
• Cliënten ontvangen een duidelijke uitleg van het besluit en worden waar mogelijk
begeleid in het vinden van een passend alternatief.
• Medewerkers worden geschoold in het herkennen van onveilige situaties en het
toepassen van dit beleid.